Winstwaarschuwingen

Zoals vastgelegd in de door uw Raad op 13 november 2013 vastgestelde Kadernota Risicomanagement en Weerstandsvermogen toetsen we twee keer per jaar, bij de Stadsbegroting en -rekening, alle risico’s. In de tussentijdse verantwoording kijken we daarom alleen naar afwijkingen voor zover die voor het lopende begrotingsjaar relevant zijn en kwantificeren dit zoveel mogelijk.

Hieronder geven we per programma inzicht in de belangrijkste onzekerheden. Grotendeels betreft het nadelen, waarvan we de omvang nog niet goed in kunnen schatten. Zoals uit onderstaande tabel blijkt, doen de grootste onzekerheden zich voor bij de programma's Inkomen & Armoedebestrijding en Zorg en Welzijn.

Bedragen * €1.000

laag

hoog

Toelichting

Bestuur & Middelen

Werktuigenvrijstelling

pm

pm

Niet kwantificeerbaar

Dekking centrale overhead

pm

pm

Niet kwantificeerbaar

Dienstverlening & Burgerzaken

Ontwikkeling leges september - december

pm

pm

Niet kwantificeerbaar

Duurzaamheid

Subsidies PEM

pm

200 v

Economie en Werk

Havengelden

70 n

0

Toeristenbelasting

30 n

0

Inkomen & Armoedebestrijding

BUIG

5.700 n

1.800 n

Vrijval voorziening bijstandsdebiteuren

pm

1.000 v

Armoedebestrijding

500 n

500 v

Mobiliteit

Parkeergelden

250 n

pm

Onderwijs

Leerlingenvervoer

pm

100 v

Stelpost onderwijshuisvesting

0

100 v

Sport en Accommodaties

Extra kosten complexe dossiers

250 n

0

Stedelijke Ontwikkeling

Omgevingswet

pm

pm

Niet kwantificeerbaar

Zorg en Welzijn

Totaaleffect programma

1.700 n

0

Rekening houdend met bestemmingsreserves Z&W

Bestuur en Middelen

Belastingen
Bij het schrijven van deze nota is de omvang van het risico zoals gemeld in de Zomernota 2015 over de werktuigenvrijstelling ziekenhuizen nog niet bekend. Door nieuwe jurisprudentie zijn de omstandigheden waaronder het risico berekend was veranderd en is het momenteel nog niet te kwantificeren.

Dekking centrale overhead
Bij het opstellen van de Stadsrekening 2014 is geconstateerd dat de inzet van eigen personeel op rendabele projecten meer dan verwacht is afgenomen. Door de in de begroting vastgelegde systematiek van kostentoerekening is daardoor een deel van de dekking voor de kosten van centrale overhead weggevallen. Omdat het lopende begrotingsjaar al een aantal maanden onderweg was, hebben we de systematiek van kostentoerekening voor het begrotingsjaar 2015 niet aangepast. De systematiek willen we wel voor 2016 en volgende jaren aanpassen; dit doen we voor aanvang van begrotingsjaar 2016. Momenteel sturen we zoveel mogelijk bij om de omvang van het dekkingstekort in 2015 te beperken. In de Stadsrekening 2015 geven we een nadere toelichting op het eventueel resterende dekkingstekort.

Dienstverlening & Burgerzaken

Leges
Van de te ontvangen leges september-december zijn zo nauwkeurig mogelijk inschattingen gemaakt. Eventuele afwijkingen hiervan zullen in de Stadsrekening 2015 naar voren komen.

Duurzaamheid

Subsidies PEM
In het kader van de subsidieverstrekking Premieregeling Energiebesparende Maatregelen Particulieren (PEM) verwachten we voor dit jaar geen volledige besteding. Omdat er nog aanvragen beoordeeld en/of ingediend zullen worden is er op dit moment nog geen zicht op het eindresultaat. Zoals het er nu naar uitziet koersen we af op een positief resultaat van € 0,2 mln. Wij komen hierop terug bij het opmaken van de Stadsrekening 2015.

Economie en Werk

Havengelden
Als gevolg van de economische recessie worden er lagere hoeveelheden overgeslagen door een lager aantal partijen.  Dit kan mogelijk leiden tot lagere opbrengsten tot maximaal € 70.000.

Toeristenbelasting
Het aanbod van hotels in Nijmegen groeit minder snel dan destijds verwacht. Hierdoor vallen de verwachte extra opbrengsten uit toeristenbelasting als gevolg van uitbreidingen van het aantal hotelovernachtingen lager uit tot maximaal € 30.000.

Inkomen & Armoedebestrijding

BUIG
Uit de laatste cijfers blijkt dat we als gemeente op het BUIG-budget afstevenen op een tekort van € 4,3 mln., met een bandbreedte van ongeveer plus of min € 2,5 mln. Indien het tekort groter is dan € 4,6 mln., kunnen we een beroep doen op de vangnetregeling. Daarom verwachten we een eindresultaat dit jaar van tussen de -/- € 1,8 mln., in het meest gunstige geval, en -/- € 5,7 mln. in het meest negatieve geval. Dit nadelige resultaat wordt voor veruit het belangrijkste deel veroorzaakt door invoering nadelige nieuwe landelijke verdeelsystematiek (effect van € 3,8 mln.).

Vrijval voorziening bijstandsdebiteuren
Mogelijk hebben wij ook dit jaar te maken met een eenmalige meevaller inzake de bijstandsdebiteuren. Uit het jaarlijkse proces ter bepaling van het voorzieningspercentage bijstandsdebiteuren blijkt dat het voorzieningspercentage mogelijk weer iets naar beneden bijgesteld kan worden. Het huidige percentage staat op 46%. Dit percentage zou mogelijk met een paar procentpunten kunnen dalen en dat kan een eenmalig financieel voordeel (meevaller) betekenen van ruim € 1 miljoen. Omdat het proces nog niet is afgerond, een aantal belangrijke checks moet de komende periode nog plaatsvinden, betreft het hier vooralsnog een positieve risicomelding. Ook moet nog nader bekeken worden wat de onderliggende oorzaken zijn van deze mogelijk positieve bijstelling. Na afronding van dit proces zal een en ander dus mogelijk kunnen leiden tot een positieve melding bij de jaarrekening.

Armoedebestrijding

Bij Armoedebestrijding is de prognose dat het tekort kan uitkomen op € 0,9 mln. De ervaring leert dat de prognose nog altijd behoorlijk kan afwijken van het definitieve eindresultaat (door open einderegelingen). We houden daarom een onzekerheidsmarge van € 0,5 mln. aan.

Mobiliteit

Parkeergelden
De parkeeropbrengsten zijn sterk onderhevig aan seizoens- en weersinvloeden. Zeker in het najaar en de winter vertonen de parkeeropbrengsten doorgaans een grillig beeld en zijn daardoor moeilijk te prognosticeren. Tot en met september zien we lagere parkeeropbrengsten die bij extrapolatie naar het einde van het jaar lager gaan uitvallen dan begroot. Wij stellen dan ook voor om hiervoor een winstwaarschuwing op te nemen van € 0,25 mln.

Onderwijs

Leerlingenvervoer
In het kader van de onderzoeksopdracht Onderwijs & Ondersteuning jeugd vullen we vanaf 2014 een deel van de bezuiniging in op het gebied van het leerlingenvervoer. Doordat wij beter kijken naar wat een kind wel kan (bijvoorbeeld met openbaar vervoer) heeft een verschuiving van het (duurdere) aangepast vervoer naar het regulier vervoer plaatsgevonden.  Ook is het verschil tussen het gemeentelijke indexeringspercentage en het van toepassing zijnde percentage van de taxibranche kleiner geworden en in 2015 zelfs in ons voordeel omgeslagen. Vooralsnog lijken beide ontwikkelingen tot een a-structureel voordeel in het lopende jaar van circa € 100.000 te leiden. Echter, doordat we met ingang van het schooljaar 2015-2016 met een nieuw contract en met andere vervoerders werken, is de impact op dit overschot per jaareinde 2015 nog niet goed in te schatten. Ook is het effect van de invoering van het passend onderwijs op onze wettelijke taak voor het leerlingenvervoer nog niet geheel duidelijk.

Stelpost onderwijshuisvesting
Met de verhoging van de voor 2015 bestemde taakmutatie van € 93.000 verwachten we mogelijk een positieve afwijking van maximaal € 100.000.

Sport en Accommodaties

Extra kosten complexe dossiers
Een aantal complexe dossiers leidt in 2015 tot aanzienlijke extra kosten van naar verwachting € 200.000 tot
€ 300.000. Het gaat hierbij voornamelijk om de kosten voor externe experts en juridisch advies.
Het streven is deze kosten zoveel mogelijk binnen het programma op te vangen. Incidentele opbrengsten van eventuele verkopen van panden kunnen daaraan mogelijk een bijdrage leveren.  Dit is uiteraard afhankelijk van de totstandkoming van (verkoop)overeenkomsten en de mogelijkheid om de opbrengst daarvan nog daadwerkelijk in 2015 te realiseren.

Stedelijke Ontwikkeling

Omgevingswet
Op 1 juli jl. heeft de Tweede Kamer de Omgevingswet vastgesteld. De verwachte ingangsdatum is 1 januari 2018. De invoering van deze nieuwe wet is een omvangrijke klus, gelet op alle beleidsmatige, juridische en uitvoeringstechnische wijzigingen. Per 1 september zijn we daarom gestart met een projectorganisatie. Het Rijk en de VNG zijn nog in overleg over de financiële implicatie van de Omgevingswet. Vooralsnog is het uiterst onzeker of het Rijk implementatiebudgetten voor de Omgevingswet beschikbaar stelt. Duidelijk is al wel dat de invoering van deze nieuwe wet een behoorlijk extra beslag zal leggen op onder andere beleidsinhoudelijke, juridische en ICT-capaciteit, waarbij het eveneens nodig kan zijn om – gedoseerd – externe hulp in te schakelen. Dit vormt voor 205 een financieel risico. Voor 2016 en verder komen we hier in de zomernota 2016 op terug.

Zorg en Welzijn

Totaaleffect programma
Voor het jaar 2015 verwachten we op het programma Zorg & Welzijn een resultaat dat schommelt tussen € 3,1 mln. negatief en € 3,3 mln. positief. In dit resultaat is rekening gehouden met de taakmutaties uit de septembercirculaire 2014, de mei- en septembercirculaire 2015 en een verwacht voordeel op het product Publieke Gezondheid van € 0,7 mln. Bij een negatief resultaat zal eerst worden geput uit de beschikbare bestemmingsreserve Wmo-Jeugd, nu € 1,4 mln. Een positief resultaat betekent dat de bestemmingsreserve zal worden gevoed. Het risico dat er een beroep wordt gedaan op algemene middelen komt daarmee te liggen tussen een bedrag van € 1,7 mln. negatief en nihil.
De geprognosticeerde fluctuatie van het resultaat heeft te maken met de nog onzekere verwachting  op de nieuwe taken op het gebied van de Wmo, Jeugd en Beschermd Wonen. We baseren deze verwachting op een eerste inzicht in de volume- en budgetontwikkeling van de Wmo, Jeugd en Beschermd wonen over het eerste halfjaar 2015. De prognose voor heel 2015 hebben we voor Wmo en Jeugd gemaakt op basis van een lineaire doorvertaling van de ontwikkelingen in het eerste half jaar.

Voor de Wmo en Jeugd geldt dat de gegevens tot stand zijn gekomen op basis van meerdere bronnen omdat het sturingsinformatiesysteem nog niet volledig operationeel is. Wij zijn bezig met de validatie van deze gegevens met de backoffice en de zorgleveranciers. Daarnaast maken we nog afspraken met zorgleveranciers en de regiogemeenten over verrekening van resultaten. Daarom kunnen we nog geen financiële consequenties voor de gemeente afgeven. Wel kunnen we op basis van de risico-inventarisatie en de informatie over de geleverde zorg in het eerste half jaar een bandbreedte aangeven van het te verwachten resultaat.
Op basis van de beschikbare gegevens verwachten wij voor de Wmo een resultaat dat zal liggen tussen € 2,4 mln. negatief en € 1,1 mln. negatief. We constateren in het eerste halfjaar meer inzet op specialistische begeleiding dan verwacht. Bij Jeugd verwachten we een resultaat dat schommelt tussen € 1,1 mln. negatief en € 2,9 mln. positief. Hier zien we in het eerste halfjaar minder inzet dan verwacht op ambulante trajecten, observatie & diagnostiek en specialistische Jeugd GGZ.

Voor Opvang en beschermd wonen zal het resultaat  variëren tussen € 0,3 mln. negatief en € 0,8 mln. positief. Deze schommeling heeft te maken met een verwacht voordeel op de begrote reguliere subsidies, met name een voordeel op DU Vrouwenopvang, en een verwacht nadeel op de nieuwe Wmo taak 'beschermd wonen'. Vooral de onzekerheden op enerzijds de te ontvangen eigen bijdragen beschermd wonen en anderzijds de te verstrekken PGB zijn groot. In het geprognosticeerde resultaat is een risicobedrag voor de te ontvangen eigen bijdragen meegenomen van € 1,1 mln. Dit risicobedrag is tevens meegenomen in de Stadsbegroting 2016-2019.

T.a.v. PGB en eigen bijdragen geldt dat tot op heden - door systeemtechnische knelpunten - volledige en betrouwbare gegevens ontbreken die de gemeente uit de beschikbare systemen van SVB (PGB) en het CAK (Eigen bijdragen) kan halen. Het CAK kan bijvoorbeeld nog geen scheiding aanbrengen tussen eigen bijdragen Wmo en Wmo beschermd wonen. Daarnaast worden de eigen bijdragen voor PGB cliënten in de regio vooralsnog niet overgemaakt naar centrumgemeente Nijmegen, maar naar de betreffende regiogemeente waar de cliënt verblijft. De eigen bijdragen vormen daarom in 2015 een groot risico.

Met de jaarrekening 2015 willen we het uiteindelijke resultaat op het programma via winstbestemming toevoegen (bij voordeel) dan wel onttrekken (bij nadeel) aan de bestemmingsreserve Wmo-Jeugd. Indien zich een negatief resultaat voordoet verwachten wij dat wij dit voor € 1,4 mln. kunnen opvangen met de reserve Wmo-Jeugd.